Gebod 5: hoe de toename van chronische ziektes samenvalt met een verandering in ons voedingspatroon. De cruciale rol van insulineresistentie hierbij en het belang van ons microbioom en darmen.

BLOG

Gebod 5: hoe de toename van chronische ziektes samenvalt met een verandering in ons voedingspatroon. De cruciale rol van insulineresistentie hierbij en het belang van ons microbioom en darmen.

Voor de maand mei had ik jullie gebod 5 beloofd.  Dit gebod zou gaan over de toename van chronische ziektes die samenvalt met de verandering in ons voedingspatroon van de laatste 50 jaar.  Insulineresistentie speelt hierbij een cruciale rol en onderschat daarbij ook onze darmen en ons volledig microbioom niet.

De leefomgeving die we tegenwoordig bieden, lijkt in niets meer op die van vroeger.  Sinds de landbouw- en vooral industriële revolutie zijn onze nutriënten enorm veranderd.  Het is pover gesteld.  Het voortdurend bewerken van dezelfde bodem, de uitputting van onze gronden, het gebruik van pesticiden en herbiciden, luchtvervuiling, enz.  zorgen voor voeding die “leeg” is.  Onze groenten en fruit zijn niet meer de groenten en fruit zoals ze ooit waren.  Ze bevatten veel minder vitaminen en mineralen én smaak.  Voorts hebben we heden ten dage vaak te maken met enorm veel ‘voedsel’ en zelf keuzestress voor ‘bewerkt’ voedsel met een overmaat aan koolhydraten en suikers.  En daar wil ik wel even dieper op inzoomen.

Eerst en vooral zorgt veel eten voor ontstekingsreacties.  Iedere keer als we iets in ons mond stoppen, ontsteken we.  Dat komt omdat ons lichaam nog steeds zo is ingesteld als duizenden jaren geleden: het lichaam is alert voor hetgeen we telkenmale naar binnen spelen.  Je zou maar eens iets met slechte bacteriën, schimmels of parasieten eten of gif.

Ten tweede: teveel suikers eten zorgt ook voor problemen.  Je ontwikkelt hiermee suikerpieken.  Dit wil zeggen dat je bloedsuikerspiegel enorme pieken en dalen zal kennen.  Dit geldt net zo voor insuline, want insuline reageert op de hoeveelheid suiker in je bloed.  Maar als er teveel van een hormoon in ons bloed aanwezig is, kan er zich een omgekeerd effect voordoen: we worden ongevoelig voor dat hormoon.  We worden insuline’resistent’.  Ook onze lever reageert op zijn manier op over-eten: die wordt ook insulineresistent.  Hierdoor blijft de lever glucose produceren, terwijl er al zoveel glucose in de bloedbaan staat.  Een gevolg is hyperglycemie en hyperinsulinemie.  Teveel van elk dus.  Insuline is een groeihormoon en zorgt voor celdeling.  Hoge insulinewaarden zorgen voor meer opslag van vet in de lever, je krijgt een vette lever, perifeer vet wordt niet meer verbrand (anabool), je wordt obees, mogelijks ontwikkel je diabetes en het kan zelfs een voorbode zijn voor kanker.

Met andere woorden: die pieken moet je zoveel mogelijk vermijden omdat ze op termijn tot chronische ziektes kunnen lei(ij)den.

Wist je trouwens dat  30% van de (top)voetballers insulineresistent is omdat ze vaak koolhydraten bijnemen?  Als topsporter hoef je geen koolhydraten bij te nemen voor een sportprestatie.

Insulineresistentie moeten we dus ten alle tijde vermijden!

Andere voorbodes voor chronische ziektes zijn bijvoorbeeld ons beperkte beweegpatroon en het zittende leven, verstoorde bioritmen, stress, maar ook de manier van geboren worden en lekkende darm (barrière) of laaggrade ontstekingen.

Een low grade ontsteking zet ons immuunsysteem op constant actief.  Dit is dure energie want kost ons veel energie.  Het immuunsysteem haalt zijn energie uit koolhydraten en zorgt ervoor dat er niets van energie naar de cellen gaat.  Het immuunsysteem eist alles op.  Hierdoor word je insulineresistent.

Maar ook stress vraagt veel energie.  Zowel een actief immuunsysteem als stress zoeken allerhande manieren om in leven te blijven ten koste van andere systemen.  Een simpel voorbeeld waaraan je dat kan merken, is als je een griep hebt.  Het afweersysteem heeft meer energie nodig waardoor het spierweefsel insulineresistent wordt.  We hebben dan in ieder geval geen zin in bewegen en krijgen vaak ook spierpijn.  En rust zorgt er dan weer voor dat het immuunsysteem alle energie die er is naar zich toe kan trekken.

Ten derde hebben wat we eten, hoeveel keer we iets eten en de factoren eerder opgenoemd een directe invloed op de samenstelling van ons microbioom.  Ons huidig microbioom heeft nog weinig te maken met het microbioom van onze voorouder-jagers-verzamelaars.  We spreken zelfs van een disappearing Micriobiome.  Onze vriendelijke en goede bacteriën veranderen door geraffineerde koolhydraten zoals aardappelen, pasta, brood.  Teveel van deze groep zorgt voor verzuring in onze darmen wat schimmels maar ook parasieten en wormen in de darmen kan veroorzaken.  Graan heeft een erg negatief effect op deze bacteriën.  Ook het eten van zoogdieren zorgt voor het binnenhalen van bacteriën die niet bestemd zijn voor ons, mens.  Chronische ziektes gaan gepaard met ernstige verstoringen van het microbioom.  Het is dus belangrijk om het aantal goede bacteriën te laten toenemen en het aantal slechte bacteriën weg te nemen.  Groenten (30 per week, 120 per maand), fruit (2-3 per dag), prebiotica, probiotica en hormetische prikkels zoals honger, dorst, koude, hypoxie zorgen voor de stimulatie en aanmaak van die bacteriën die we kennen bij de homo sapiens van duizenden jaren terug.

Ik hoop dat je hiermee weer een beetje wijzer bent geworden en ik hoop dat je weer zal aansluiten voor het volgende gebod “Wat eten we daadwerkelijk en wat zouden we moeten eten” voor de maand juni.

Ik kijk er naar uit.

Jij ook?  Alvast tot dan!